De hele dag is opgebouwd rondom drie momenten.
Geen losse presentaties tussen twee workshops door, maar drie momenten waarop je even uitzoomt van wat je aan het doen en leren bent.
1: KIJKEN
Wat gebeurt er eigenlijk?
We beginnen bij wat er voor je neus gebeurt.
Hoe kom je binnen in een groep?
Hoe reageer je wanneer iets anders gaat dan verwacht?
Hoe snel willen we duidelijkheid, controle of stilte?
En wat gebeurt er eigenlijk wanneer je daar even bij stilstaat?
Je ervaart iets en vervolgens maken we de vertaalslag naar jouw dagelijkse praktijk.
Want wat er hier met jou gebeurt, kan zomaar iets vertellen over wat er iedere dag in jouw klas gebeurt.
2: ANDERS KIJKEN
Wat gebeurt er als je jouw blik verandert?
Misschien kijk je normaal vooral naar wat een kind doet.
Deze keer kijken we ook naar wat eraan voorafgaat.
Misschien zie je gedrag.
Deze keer kijken we ook naar wat een kind nodig kan hebben.
Misschien denk je: “Waarom luistert dit kind nou niet?”
En ontstaat er een andere vraag:
“Wat gebeurt hier eigenlijk?”
Je krijgt geen kant-en-klare antwoorden die voor iedere klas hetzelfde werken.
Je wordt uitgenodigd om opnieuw te kijken.
3: VERTALEN
Wat betekent dit voor jouw klas?
Aan het einde van de dag hoeft niet iedereen hetzelfde mee naar huis te nemen.
Want jouw groep is anders dan die van je collega.
Jouw kinderen zijn anders.
Jij bent anders.
En wat vandaag bij jou binnenkomt, kan iets heel anders zijn dan wat bij iemand anders blijft hangen.
Daarom vertaal je jouw ervaringen van vandaag naar jouw eigen praktijk.
Wat ga jij anders bekijken?
Wat wil je uitproberen?
En wat kan maandag al mee jouw klas in?